Neeroeteren


vrijdag, 1 april, 2011

Geschiedenis van Neeroeteren
In geschriften van 952 wordt de gemeente voor het eerst vermeld, namelijk met de naam 'Uoatra'. Eeuwenlang is Neeroeteren geregeerd geweest door de Abdis van Thorn (Nederland), die op haar beurt onder het voogdijschap stond van de prins-bisschoppen van Luik. Op het einde van de 18e eeuw kwam daar een einde aan met de Franse bezetting. In de 18e eeuw waren er ook bokkerijdersbendes actief in dit deel van Limburg. Drossaard Jan Clerx heeft deze bendes met harde hand vervolgd.

Neeroeteren heeft twee gehuchten Berg-Waterloos en Voorshoven.

Sint-Lambertuskerk
De Sint-Lambertuskerk, in het centrum van Neeroeteren, dateert van de 16e eeuw. In de 18e eeuw echter stortte de kerktoren in en werd vervangen door een hoger exemplaar.

In het begin van de 20e eeuw zijn er plannen geweest om een steenkolenmijn te openen in Neeroeteren. Een concessie werd toegekend aan het gebied tussen Neeroeteren en Rotem. Op deze plek is de voorraad steenkool in de Limburgse ondergrond het grootst. Deze plannen werden opgeborgen omdat afdalen in de moerassige ondergrond bijna onmogelijk was.

Neeroeteren duikt ook op in het werk van Georges Simenon, meer bepaald in La Maison du Canal of Het Huis aan het Kanaal. Georges Simenon is tijdens zijn jeugd enkele dagen verbleven in het huis, dat in het boek centraal staat. Het staat op het grondgebied van Elen (Dilsen-Stokkem), doch verder weg van de Zuid-Willemsvaart dan het boek het voorstelt.